Ga naar hoofdinhoud

Jules de Pierre: van Terrasvogels tot terrasvogel

28 oktober 20237 minute read

Jules de Pierre in zijn latere leven. Foto: Familie archief

Op 20 november aanstaande zou hij 92 jaar oud zijn geworden, maar op 14 oktober jongstleden overleed Jules Francois de Pierre in zijn woonplaats Santpoort. Zijn vriend Guus van Dee (72), de recentelijk teruggetreden voorzitter van Honkbalweek Haarlem, sprak op de uitvaart van De Pierre en selecteerde daaruit een aantal stukken voor de redactie. Samen met de afgetreden voorzitter van de Europese honkbalbond (CEB) Jan Esselman (80) haalt Van Dee herinneringen op aan de meest internationale bestuurder van het Nederlandse honkbal. 

Guus van Dee

In Januari 1969 leerde ik, 18 jaar oud, Jules kennen. Jules was de nieuwe coach van Terrasvogels Honkbal. Ik mocht met het eerste meetrainen tijdens de zaaltraining in sporthal Zeewijk IJmuiden. Na afloop van de eerste training bleek tijdens een kort gesprek dat we bijna buren waren: hij woonde op de Valckenhoeflaan, ik op de Schipbroekenweg in Santpoort. Terrasvogels kende onder zijn leiding de grootste successen uit haar historie.

In hetzelfde jaar werden de mannen kampioen van de eerste klasse en versloegen we Ajax na drie zinderende promotiewedstrijden: de Hoofdklasse was bereikt. Halverwege dat seizoen maakte ik mijn debuut in het eerste, in de Hoofdklasse dus, een onvergetelijke ervaring, die helaas voor ons allemaal maar 1 seizoen duurde, want we wonnen maar twee van de 24 wedstrijden, zo uit mijn hoofd. Maar de coach kreeg niet de schuld zoals nu misschien, Jules mocht blijven.

Niet lang daarna sloeg hij zijn vleugels verder uit en werd hij penningmeester van de KNBSB. Ook werd hij chef d’équipe van het Nationale Team. Onze vriendschap, die aanvankelijk niet verder ging dan het honkbalveld, breidde zich uit op het persoonlijke vlak. Mijn Irene en ik werden vrienden met Jules en Suze, we bezochten elkaar trouw op verjaardagen. Jules werd mijn vraagbaak op ICT-gebied, iets dat toen net ontstond. Maar ook op honkbalgebied kon ik altijd bij hem terecht. Hij introduceerde mij bij de Honkbalweek, waar ik vanaf 1980 vrijwilliger was.

Ook bij mijn latere functies binnen de KNBSB was hij mijn inspirator, klankbord en vangnet. Ik ben hem veel dank verschuldigd daarvoor. Zelfs de laatste jaren leefde hij mee en liet hij zich informeren over het wel en wee van het kleine honkbalwereldje. Hij stak daarbij zijn mening niet onder stoelen of banken.

Graag wil ik de rol, die Jules voor het NL-honkbal heeft ingevuld, benadrukken. Een kwart eeuw vervulde hij bestuurlijke sleutelposities, eerst naast zijn werk bij de Shell, maar na zijn pensionering in 1984, fulltime en onbezoldigd. Een gelukje voor de bond, Jules heeft langer van zijn pensioen genoten dan dat hij gewerkt heeft, 30 om 29 geloof ik, toch wel een leuk weetje! Hij zette de automatisering op, vertegenwoordigde de KNBSB nationaal en internationaal, genoot respect bij vriend en vijand omdat hij onpartijdig, onafhankelijk en objectief was.

Jules baseerde alles op de ratio, zijn omgeving werd daar wel eens gek van, maar met zo’n instelling kun je het lang volhouden. Jules was de constante factor, voorzitters kwamen en gingen, Jules ging gewoon door. IBAF-penningmeester, toernooidirecteur Baseball bij de Olympische spelen, you name it. Hij vulde gaten die professionals lieten vallen, leerde Spaans om op gelijk niveau te kunnen communiceren met de Spaanstalige honkballanden. Zijn instelling was altijd oplossingsgericht, positief. Volkomen terecht kreeg Jules daarvoor een koninklijke onderscheiding.

In augustus waren we op bezoek in Velserduin. Jules was blij verrast ons te zien. Hij zei ons dat hij ervan uitging dat hij weer naar huis mocht als hij zijn linkerarm wat beter kon gebruiken en daardoor beter zijn balans kon vinden. Hij keek nog altijd vooruit en had er nog zin in! Door ons verblijf in het buitenland heb ik Jules daarna niet meer kunnen zien en houd hem daarom zo in herinnering.

Beste Jules, vriend, coach, charmeur, perfectionist, liefhebber, optimist, jij hebt mijn leven verrijkt, ik vond het een voorrecht jouw vriend te zijn, rust zacht.

Jules de Pierre (rechts), bij een training in Pim Mulier Stadion in 1970, het enige jaar van Terrasvogels in Hoofdklasse honkbal. Foto: Guus van Dee

Jan Esselman

Als bestuurslid van Haarlem Nicols leerde ik Jules kennen in 1985. Hij was in dat jaar gekozen als lid van de TC van de Europese bond CEBA later CEB en nu WBSC Europa. Jules was reeds een aantal jaren KNBSB bestuurslid en Manager van het Nederlandse team. 

Begin 1987 overleed de CEB Voorzitter Guus van de Heyden. Hij werd opgevolgd door Aldo Notari  en Peter Laanen werd diens Vice-President. In Januari 1988 werd Jules Treasurer/Vice President van de wereldbond IBAF en op 28 januari 1989 Treasurer/Vice President van de CEB. Op 6 februari 1993 in Stockholm werd Jules  opnieuw benoemd en met zijn voorspraak werd ik secretaris van de Europese TC met Riccardo Fraccari als voorzitter van die TC.*
*Dezelfde Fraccari is nu al jarenlang voorzitter van de huidige wereldbond WBSC – aanvulling door redactie.

Het was meer dan een genoegen om met Jules en veelal ook tezamen met zijn vrouw Suze de wereld rond te reizen. Jules had een hoog aanzien in de Honkbalwereld en overal gingen de deuren voor hem open. Regelmatig werden op Internationaal gebied de belangen van de KNBSB door hem vertegenwoordigd en doelen ook vaak bereikt.

Ik ben Jules veel dank verschuldigd voor alles wat ik bereikt hebt op het bestuurlijke zowel als technische vlak. Gelukkig heb ik hem dat meerdere malen persoonlijk kunnen zeggen. Jules rust zacht

Pim van Nes

Zelf leerde ik Jules de Pierre in de zeventiger jaren kennen tijdens bondsvergaderingen op zaterdagen in de RAI in Amsterdam. Daar stak Jules al fysiek uit boven zijn medebestuurders, maar voorzitter Guus van der Heijden domineerde met autoriteit. Dat deed Guus ook als voorzitter van de CEB en bovendien slaagde hij erin met onder meer de Italiaanse bondsvoorzitter Aldo Notari een goede verstandhouding op te bouwen. Jules groeide in het kielzog van Guus en na spelen en coachen bij Terrasvogels ontwikkelde hij zich tot terrasvogel bij Europese toernooien.

De pers zag de lange slanke Nederlander dan terug in buitenlandse stadions, die vaak geen kuipstoeltjes hadden voor het publiek, maar wel een ereterras of vipterras, waar de plaatselijke club de bestuurders en officials van de CEB ontving met hapjes en drankjes. Ook daar viel Jules dankzij zijn lengte op tussen vaak mediterrane mannen en andere kortere figuren. Jules kwam altijd wel even een praatje maken met de toen nog opkomende pers: bij voorbeeld Guus Mater van het ANP, Andy Houtkamp van de NOS, Marco Stoovelaar van De Telegraaf en ondergetekende van Inside.

Hij vertelde de laatste open nieuwtjes uit zijn hoge kringen en schreed dan statig en soepel terug naar de andere CEB- en IBAFvogels op het vipterras. Vanaf de perstribune gezien domineerde Jules daar als een ware terrasvogel. Die bestaat niet in het handboek voor de vogelaar, maar Jules gaf een elegant beeld aan de imaginaire terrasvogel.

Share this article

Geen reacties

Next article
Previous article
Back To Top