Fastball Magazine

Gerard Stenzler gaf het honkbalvirus in ieder geval al twee generaties door.

2016-07-24-Hans van Leuven - Madrieco-003

Gerard Stenzler gaf het honkbalvirus in ieder geval al twee generaties door.

Wat (o)pa begon, maken de (klein)kinderen af.

 

Als het virus eenmaal in het bloed zit en ook de genen zijn aangetast, dan is er geen ontkomen meer aan. Dan moet het hele gezin eraan geloven. Want het honkbalvirus is misschien wel een van de besmettelijkste in zijn soort.

 

Je hebt voetbalvaders en handbalmoeders, korfbaltweelingen, tennisbroers en hockeyzusjes, maar als je de insiders mag geloven, heb je alleen in het honk- en softbal hele gezinnen die gegrepen zijn door wat ooit bij slechts één gezinslid begon. Neem de familie Stenzler. Gerard Stenzler, de nestor - oud-honkballer, voormalig coach, bestuurslid en nog steeds populair adviseur - is zo’n man bij wie het honkbalbloed door de aderen vloeit en deze ‘verslaving’ heeft doorgegeven aan de rest van het gezin als een ware pater familias.

 

Het was net na de oorlog toen de toen nog jonge Gerard Stenzler werd geraakt door honkbal. Een jonkie, een net zestienjarige puber die deze destijds relatief onbekende sport eind jaren veertig leerde kennen. Hij was gelijk verkocht en vanaf dat moment stond zijn leven bijna 24/7 in het teken van honkbal. En dat ging zelfs nog door, nadat hij begin jaren zestig zijn wedstrijdtenue definitief in de kast had opgeborgen. Zijn sportieve carrière kreeg een vervolg naast het veld, als trainer/coach, in de bestuurskamer, onder andere als voorzitter en in de nationale honkbalwereld als adviseur. Stenzler verbond zich in al die jaren aan verschillende honkbalverenigingen.

Populariteit

Hij zag het honkbal groeien, grootser en populair worden en ziet, zoals hij zelf zegt, met lede ogen de populariteit van de sport rap afnemen. ,,En dat ligt ook aan de bond’’, klinkt het teleurgesteld. ,,Daar hebben ze ingezet op een succesvol Nederlands team en halen de basis van deze selectie uit Curacao. Goede spelers hoor, maar het grote publiek heeft weinig binding met deze spelers en blijft weg. Oké, Nederland behoort misschien wel tot de betere honkbalnaties, maar dat is voornamelijk te danken aan de profspelers van de Antillen.’’

 

Desalniettemin eiste het honkbalvirus zijn tol. Alhoewel hij zijn kinderen niet heeft gedwongen om de honkbalbat ter hand te nemen, gingen ook zijn zoon en dochters op in de grote nationale honkbalfamilie. ,,En ook mijn kleinkinderen, negen in totaal, zijn aan het honkballen geslagen’’, lacht Stenzler. En niet alleen zijn eigen bloed ziet hij terug op de honkbalvelden, ook aangetrouwde familie is opgegroeid met het fenomeen honkbal. Ritchie Daal is er daar een van, een geboren en getogen honkballer, die via de huwelijksband aan de Stenzler-familie is verbonden.

 

,,Ik heb meerder sporten op hoofdklasseniveau beoefend, zoals basketbal en volleybal, maar ben bij honkbal blijven hangen omdat ik daar toch goed in bleek te zijn’’, verklaart Daal zijn voorliefde voor de sport. ,,En, de principes van het dagelijks leven vind je terug in het honkbal. Je moet individueel presteren om bij te dragen aan het groter geheel.’’

Ruwe talenten

Ook hij heeft zijn drie zoons nooit verplicht het honkbalveld op te gaan, maar als zowel pa als ma verknocht is aan de sport – en elkaar zelfs op het honkbalveld hebben leren kennen – dan kun je weinig anders. Daal zelf verplaatste zijn kennis en ervaring naar het coachvak en heeft hij Ritchie’s Baseball Instituut opgericht, waar hij rauwe, doffe honkbaltalenten slijpt tot sprankelende slagmannen.

 

Toch ziet ook hij, net als zijn schoonvader, het Nederlandse honkbal met lede ogen steeds verder terugvallen. ,,Dat komt ook, omdat veel verenigingen geen flauw benul hebben van wat ze doen’’, zoekt Daal naar een oorzaak. ,,Ze verliezen grip op het eerste team, waardoor fans de connectie met de club kwijtraken. Een hoofdklasser die zichzelf voorbij loopt door alle focus op breedtesport te leggen.’’

Hij noemt het opvallend dat Nederland met zestien miljoen mensen het met betrekking tot honkbal eigenlijk heel slecht doet, terwijl Curacao met iets meer dan 150.000 inwoners meer profs heeft rondlopen. ,,Mentaliteit? Weet ik niet. Wel dat ze in Curacao, en dat komt natuurlijk ook door het klimaat, sneller op straat te vinden zijn en sporten en niet binnen achter de nintendo zitten. Ieder kind kan topsporter worden, maar je moet het wel willen.’’

Olympisch

En als je een sport groot wilt houden, moet je de band met de achterban koesteren. Leuk, dat honkbal weer olympisch is geworden, maar om de Nederlanders weer warm te krijgen voor de sport moet er meer gebeuren denkt hij. ,,Dat doe je niet door een on-Nederlands team op te stellen. Zonder de Antilianen stelt Het Nederlands honkbalteam niet veel voor.’’

 

Het heeft zijn voorliefde voor de sport of het enthousiasme van zijn kinderen voor honk- en softbal nooit kunnen tenperen. Maar het is ze dan ook met de paplepel ingegoten. ,,Honkballen dat van generatie op generatie wordt doorgegeven, is een beetje aan het uitsterven’’, denkt Stenzler. Bij anderen dan, want de nestor van de familie, die zelf al meer dan zeventig jaar in de sport rondloopt, heeft vooralsnog zijn complete familie in sijn kielzog meegetrokken.    

fastball

Vind u dit soort verhalen leuk? Neem een abonnement op Fastball!